1945 - 1954

  • 1945
  • 1946
  • 1947
  • 1948

1945

In 1945 begint het schaakleven stilaan terug op toerental te komen. De Belgische schaakbond hield de eerste naoorlogse vergadering op 3 juni 1945. Er werden 6 provinciale afdelingen gesticht en een propagandamachine werd gestart (door A. Franck, misschien wat afgekeken van Goebels? :-)). De oude bondsvoorzitter (sinds 1937) F. Van de Wouwer werd vervangen door F. Peeters uit Leuven. Er werd opgeroepen tot eenheid (‘Laat ons nooit vergeten dat Vlamingen en Walen hun bloed en hun leed tijdens dezen oorlog gemengd hebben en dat zij voortaan broederlijk vereenigd moeten blijven’). De propaganda werkte toch enigszins want het aantal schaakkringen nam geleidelijk aan toe, in West-Vlaanderen waren er al 18 in 1945.

Zoals eerder verteld werd er in de moeilijke oorlogsjaren ‘clandestien’ verder geschaakt en de vruchten hiervan werden na de oorlog geplukt. Het ledenaantal van de OSK groeide explosief en er moest uitgekeken worden naar een nieuw lokaal. Dit lokaal werd gevonden op de hoek van de Muscarstraat en de Torhoutsesteenweg. Hieronder zien we de uitnodiging voor de plechtige opening van dit nieuw lokaal op 22 september 1945. Ter herinnering: pas op 4 september 1945 werd de tweede wereldoorlog definitief afgesloten met de capitulatie van Spitsbergen want de moffies waren die Duitse troepen vergeten bij de capitulatie van mei 1945.

 

 

Men zou twee jaar in dit lokaal spelen en dan de verhuis maken naar een prachtig eigen lokaal in de Kemmelbergstraat.

De OSK met alweer Boddart, overigens ook de afgevaardigde voor West-Vlaanderen binnen de Belgische schaakbond, als protagonist organiseerde samen met Gent (met vooral Van Hoorde als spilfiguur) een massakamp tussen West- en Oost-Vlaanderen op maar liefst 150 borden. Deze kamp werd natuurlijk gewonnen door West-Vlaanderen :-) met een score van 82,5 tegen 67,5.

In de OSK werd een knockoutwedstrijd met handicap ingericht met maar liefst 48 spelers. De Wispelaere won dit tornooi voor Hayman. Verder werd er onder impuls van de Belgische propaganda ook ingezet op schoolschaak en er werd een afvallingswedstrijd in het hoger middelbaar gespeeld met 26 studenten. De sterkste speler van de kosk was nog altijd (Gu)Staf Pepers want hij won het kampioenschap met sprekend gemak.

1946

Het eerste document van na de oorlog die ik teruggevonden heb in het archief is een verslag van de algemene jaarlijkse vergadering van 22 december 1946. Hier blijkt dat de voorzitter nog altijd Viane is, maar vooral dat het ledenaantal flink lijkt te stijgen. Boddaert benadrukt hierom de voordelen van een eigen lokaal. Nu was dit nog muscar op de hoek van de muscarstraat en de Torhoutsesteenweg (op de eerste verdieping van het schenkhuis ‘Châh’-what’s in a name…), maar in 1947 zou de OSK verhuizen naar een mooi eigen lokaal in de Kemmelbergstraat.

De inflatie tijdens de oorlogsjaren liet zich gelden want de lidgelden waren flink gestegen. De stijging kwam er ook omdat de OSK budget nodig had voor een eigen lokaal en de ambitie koesterde om uit te groeien tot een van de beste kringen van België.

Een lid betaalde 100 frank (men kon ook kiezen om steunend lid – 250 frank – of erelid – 500 frank – te worden) en jeugdleden (onder 20 jaar) 50 frank. Bovendien moest er 5 frank ‘inkomgeld’ betaald worden. De club had duidelijk geld nodig want ook voor de partijen vroeg men een bijdrage: de winnaar betaalde 2 frank en de verliezer 3 frank. Bij remise moesten beide leden 2,5 frank betalen. Je ziet van waar we de mosterd gehaald hebben voor het ‘speelgeld’ :-)

Het kampioenschap van de OSK werd betwist in 5 reeksen met in totaal maar liefst 72 spelers, toch behoorlijk straf te noemen! Ter vergelijking, 70 jaar later in 2016 zijn we met 36, net de helft… De OSK pakte verder uit met talrijke initiatieven, onder andere een simultaan van de eerste klassespelers die het, ieder op zijn buurt, opnamen tegen 12 tegenstanders. Er werd ook een kamp op 50 borden tegen de Westhoek en een briefwisselingwedstrijd met Amsterdam georganiseerd. De club beschikte tevens over een uitgebreide bibliotheek.

In 1946 werd blijkbaar ook de grondslag gelegd voor de OSK als vzw met een uitgebreid document opgesteld door notaris Maurice Quaghebeur. Hieronder zien jullie de eerste pagina, wie geïnteresseerd is, kan het volledige document krijgen (mailtje naar Yen)

 

 

Als we de prestaties van de Koskers (eigenlijk Oskers, maar Koskers klinkt beter) bekijken in België, merken we dat enkel Pepers erin slaagt zich met de top te meten. Hij komt uit in eerste klasse van het Belgisch Kampioenschap, maar krijgt toch vaak ‘tegen zijn tomatte’ op het plastisch uit te drukken...

Tenslotte wil ik jullie het volgende niet onthouden: ik baseer mijn verhaal gedeeltelijk op het maandelijks tijdschrift van de Belgische Schaakbond. In onderstaande scan zie je wie verantwoordelijk was voor de redactie (tot eind 1945 was dat nog onze Richard Boddart), maar mijn oog viel vooral op de advertentie op de achterflap. Nu weten jullie het geheim: als je écht goed wil schaken, moet je ‘Frutti’ gebruiken :-)

 

 

1947

In 1947 wijzigt de samenstelling van het bestuur enigszins: Boddaert wordt weer secretaris in plaats van Van Moerkerke die in de oorlogsjaren blijkbaar deze functie uitoefende ipv Teetaert. De vroegere job van Boddaert als penningmeester wordt vanaf dan uitgeoefend door Dieperinck. Erevoorzitter Van Glabbeke overlijdt en daarmee verliest de OSK een belangrijke figuur in het stadsbestuur. De OSK blijft echter niet bij de pakken zitten en vraagt schepen van onderwijs Mr. Vandendriessche als erevoorzitter. Patfoort nam ontslag uit onvrede, ook iets wat we jammer genoeg af en toe zien terugkeren. Het bestuur bestaat uit voorzitter Viane en Boddaert, Dehondt (teruggekeerd?), Dieperinck, Spoelders, Teetaert, Vanmoerkerke, en Vantuyne. Het bestuur werd eind 1947 uitgebreid tot 15 leden met als nieuwe leden G. Calus Sr., Dr. Gesquière, P. Vanbeveren, A. Vanderbeke, G. Pepers, L. Meyns en N. Douvere.

In 1947 verandert er heel wat want ook het lokaal in de Torhoutsesteenweg werd verkocht en men kon een eigen lokaal betrekken in de Kemmelbergstraat nr. 26. De afspraak was dat de OSK het lokaal 9 jaar kon huren als ze de vele herstellingswerken voor hun rekening namen. Vooral Vantuyne slaagde erin om samen met de financiële inbreng van vele leden er een prachtig schaaklokaal van te maken. Een groot eigen lokaal was geen overbodige luxe want het ledenaantal steeg naar maar liefst 95 leden (14 ereleden, 10 steunende leden en 71 werkende leden).

Ook de statuten worden aangepast en een lidkaart voor het privaat lokaal wordt ingevoerd. Grappig is de passage: ‘ook zal aan de vrouw der leden een lidkaart aangeboden worden, dit om alle moeilijkheden te voorkomen’. Is dit niet net om moeilijkheden vragen? :-)

In augustus 1947 verschijnt het eerste nummer van ‘Schaak en mat’ tweemaandelijks clubblad van de OSK. Op de eerste pagina zien we de mooie bedoeling van dit tijdschrift.

Op p. 2 wordt er ook wat gevraagd van de leden. Misschien een passage om even bij stil te staan en over na te denken… : ‘We weten dat zekere leden zich niet de minste rekenschap geven over de zware taak welke het Bestuur op zich neemt. Het is geen kunst een kring te stichten, maar ze doen groeien en bloeien vraag soms een bovenmenselijke krachtinspanning. Het zou ons dan ook ten zeerste genoegen doen indien de leden zich de moeite zouden geven het maandblad regelmatig door te lezen en te verspreiden bij diegenen die zich nog niet bij ons aansloten. We zijn ervan overtuigd dat, met de tijd, eenieder veel belangstelling in ons blad zal stellen.’

 

 

Het clubblad is een fantastische traditie die stand zou houden tot in 2006 (met uw dienaar als laatste redacteur van dienst) en vanaf dan vervangen wordt door een elektronische versie: de Koskflash. Het schaakarchief bevat al heel wat nummers van deze onvolprezen meesterwerken, maar toch ontbreken er ook veel exemplaren. Wie kan mij helpen om ze allemaal terug te vinden? Check nog eens je kasten, kijk onder je bed en op de zolder en breng de verloren gewaande exemplaren terug naar ons dierbare lokaal.

Er is (zoals vaker in de Kosk) discussie, maar het clubkampioenschap blijft in reeksen (I – IIA & IIB en IIIA & IIIB). Het kampioenschap start in oktober 1947. De eerste reeks speelde op zaterdag van 19 tot 24u (bedenktijd 50 zetten voor de eerste 2,5 uur gevolgd door 20 zetten per uur), de tweede (bedenktijd 40 zetten voor de eerste 2 uur gevolgd door 20 zetten per uur) en derde (bedenktijd onbepaald) op dinsdag van 20u tot 24u en de afgebroken partijen werden afgewerkt op zondag van 10 tot 12u. In 1947 wordt Pepers (zie foto) opnieuw clubkampioen met duidelijke voorsprong op Teetaert, Gesquiere en Vantuyne.

 

 

Misschien nog een interessante, zelfs nu nog relevante, passage uit het reglement van toen: ‘Om de normale gang van het tornooi niet in ‘t gedrang te brengen, worden de deelnemers dringend verzocht geen misbruik van dit artikel (uitstellen van wedstrijden) te maken en het niet te licht op te vatten. Jaren lange ondervinding heeft bewezen, en wij zien dit nog steeds in de meeste kringen van het land, dat veelvuldig uitstellen van wedstrijden misnoegdheid schept, met het noodlottig gevolg van verlies aan belangstelling voor de kampioenschappen en het verdorren van clubgeest’. Ook grappig is dat na de wedstrijd moest betaald worden: de verliezer 3 frank en de winnaar 2 frank, bij remise beiden 2,5 frank :-).

Men beslist ook om op zondagen en donderdagen een soort laddertornooi te organiseren (Dr. Gesquière is tornooileider) en Mr. Calus belooft elke week een prijs te geven aan de best gerangschikte speler. Verder waren er blijkbaar ook leden die vaak ‘vergaten’ hun inkomgeld te betalen en besloot men daarom het inkomgeld te laten innen door de lokaalhoudster Tavernier met een inschrijvingsboekje. Het lokaal is dus open op volgende dagen: elke zondag van 10 tot 19u en op dinsdag, donderdag en zaterdag vanaf 19u. Jawadde! Op zaterdagmiddag was het lokaal bovendien geopend voor de schoolkinderen van het Atheneum onder leiding van Mr. Billiet. Meer dan 60 leerlingen volgden de lessen in het schaaklokaal en heel wat ‘bekende koskers’ begonnen zo aan hun ‘carrière’ in de KOSK.

De kosk richtte nog negen anderen tornooien in waaraan in totaal 270 schakers deelnamen. Het belangrijkste tornooi was het kampioenschap van België dat voor de allereerste keer plaats vond in Oostende, waarvan de laatste ronde alweer in het prestigieuze Casino (met kampioen Staf Pepers als deelnemer van de OSK in eerste categorie).

 

 

Hierbij kreeg de OSK de financiële steun van een andere ere-voorzitter, Nellens. O’Kelly won betrekkelijk gemakkelijk maar moest wel een half puntje afleveren aan clubkampioen Pepers.

In interclub tenslotte doet Oostende het zeker niet slecht, maar moet het telkens (zowel in eerste als tweede categorie) Brugge voor zich dulden. Calus is onze beste speler met 7,5 op 9.

Als afsluiter nog de rede van voorzitter Viane bij de opening van het nieuwe lokaal in de Kemmelbergstraat:

 

 

1948

Het bestuur bestaat nog steeds uit voorzitter Jules Viane en Boddaert, Dehondt, Dieperinck, Spoelders, Teetaert, Vanmoerkerke, Vantuyne, G. Calus Sr., Dr. Gesquière, P. Vanbeveren, A. Vanderbeke, G. Pepers, L. Meyns en N. Douvere. Voor het eigen lokaal en materiaal had men heel wat geld nodig en vele leden van de OSK betaalden uit eigen zak om dit te verwezenlijken. Penningmeester Dieperinck hield alles mooi bij en wie geïnteresseerd is kan de rekeningen nog altijd bekijken in de toenmalige verslagen. De totale kosten bedroegen meer dan 100000 frank en de OSK moest een lening aangaan van 40000 frank voor een termijn van 5 jaar.

Zoals de aandachtige lezer nog weet, werd het clubkampioenschap op verschillende dagen gespeeld. In 1948 proberen enkele leden iedereen de zaterdag te laten spelen. Dit lukt echter niet omdat… de OSK over onvoldoende materiaal beschikte. Vooral schaakklokken waren er probleem. Een ander probleem bestond eruit dat mensen partijen uitstelden om op die manier meer voorkennis te krijgen over het kampioenschap, 38% van de partijen werd namelijk niet op de vastgestelde datum gespeeld. Waar hebben we dat nog gehoord?...

Naast het clubkampioenschap werden ook zeskampen en vierkampen ingericht op dinsdag en donderdag. Goede resultaten in deze zeskampen werden beloond met een bevordering van reeks. In 1948 zien we een nieuwe naam opduiken als kampioen: Oscar Simoens die een prachtig diploma en daverend applaus in ontvangst nam. In de tweede reeks werd L. Pepers kampioen en in derde Spoelders. Ook de jeugd werd steeds belangrijker en meer dan 50 leerlingen volgden aandachtig de schaaklessen van Billiet en Beert. Hier een wazig aandenken aan deze sterke recruteringsvijver van de OSK, wie kan helpen bij het identificeren van de spelers mag een mailtje sturen naar Yen

 

 

Voor interclub had men drie ploegen: in eerste, tweede en derde waarbij de plaatsen werden toebedeeld volgens de rangschikking in het clubkampioenschap van 1947. In november 1948 verandert het bestuur deze regel enigszins en wordt er ook rekening gehouden met de rangschikking van de spelers binnen de BSB. Er werden hiervoor een 30-tal leden aangesloten bij de BSB (niet iedereen, want per lid diende 750 frank betaald te worden). Eind 1948 lanceert men tevens heel wat voorstellen voor interclub waarvan de belangrijkste het aantal spelers per ploeg te verhogen. Er wordt ook een ploeg samengesteld om deel te nemen aan de beker van België: HH. Pepers, G. Gerits, V. Stuyts, J. De Wispelaere, P. Van Moerkerke, R. Pepers met als reserven HH. Gesquière, Vercoullie, Calus Sr. en Calus Jr. Oostende klopte Brugge, Gent en Antwerpen maar verloor de finale tegen Cercle Colle.

Blijkbaar hadden zich in de voorgaande jaren problemen voorgedaan met de Brugse Schaakkring (waar Himpens nog altijd voorzitter was), maar in 1948 werden de plooien gladgestreken en organiseerde men opnieuw vriendenmatchen. Ook met de schaakkring van Schaerbeek speelden we een vriendenmatch op 10 borden. In de verslagen van de vergaderingen valt verder te lezen dat er lessen werden ingericht in de OSK, bijvoorbeeld de zondagmiddag over openingstheorie door Spoelders en op donderdag over eindspelen door Teetaert. Voor de rest is er weinig informatie over 1948 omdat deze jaargang van het clubtijdschrift ‘Schaak en Mat’ in het archief ontbreekt. Wie o wie helpt ons om deze belangrijke documenten terug op te sporen?

© 2013 – 2019 Olivia & Michaël